Strengere regels drijft de prijzen voor het opruimen van het kankerverwekkende asbest steeds verder op. Saneerders verschuilen zich achter de gezondheidsrisico’s, maar de weerstand groeit tegen het gemak waarmee dat gebeurt. ,,De asbestbranche houdt iedereen voor de gek,’’ zegt hoogleraar Besturen en Veiligheid Ira Helsloot.

Even een vensterbank weghalen. Het is minder dan een uur werk en een sloper kan het klusje al klaren voor 280 euro. Maar zodra er asbest in verwerkt zit, gaat de geldmeter lopen, ondervonden ze bij de Nijmeegse woningbouwcorporatie Talis. De huidige regels schrijven voor dat de ruimte dan hermetisch met een tent moet worden afgesloten. Dat slopers alleen in de bekende witte pakken met een masker de ruimte in mogen. Met speciale machines moet worden voorkomen dat vervuilde lucht wordt vermengd met schone. Er is een douche nodig voor de werknemer. En uit eindmetingen moet blijken dat er geen asbestvezel is achtergebleven bij het opruimen. Totale kosten: 1750 euro.

Welkom in de wondere wereld van het asbest, zou bestuurder Ronald Leushuis van de Nijmeegse woningbouwcorporatie Talis willen zeggen. Hij strijdt al vijf jaar vergeefs tegen wat hij ‘de misstanden’ in de sector noemt en die hem – of liever gezegd zijn huurders – al handenvol geld hebben gekost.

Vorig jaar had Talis nog een onnodige kostenpost van 200.000 euro bij het weghalen van asbest-ontluchtingspijpen in badkamers en toiletten. Twee flats met dezelfde pijpen waren er al gesaneerd toen van de ene op andere dag regels veranderden. Slopers hadden vanaf dat moment voor de derde flat  ineens extra bescherming nodig. Ook moesten er dure eindmetingen komen. De extra kosten per huis: 4000 euro. ,,Die maatregel werd na een paar maanden klagen weer terug gedraaid, maar je denkt dan wel; word ik hier nu in de maling genomen of niet?’’

Natuurlijk weet Leushuis dat asbestvezels kanker kunnen veroorzaken. En hij is de laatste die de gezondheid van huurders en werknemers in de waagschaal wil leggen. Maar de regels zijn volgens hem nu wel erg doorgeschoten. Asbesthoudende vensterbanken zoals uit het voorbeeld hierboven vallen nu standaard in gevarenklasse 2, de op een na hoogste. Maar uit metingen die in het verleden zijn gedaan blijkt keer op keer dat er een verwaarloosbaar aantal asbestvezels vrij komt bij het weghalen van dit type vensterbanken. Iets dat inmiddels wordt bevestigd door onderzoeksinstituut TNO. ,,Maar nog steeds valt de vensterbank in de op een na hoogste gevarenklasse en mag het alleen worden weggehaald onder strikte voorwaarden,’’ zegt Leushuis. Het kan wel met minder ‘toeters en bellen’, maar dan zijn er bij elke nieuwe klus tijdrovende en dure vooronderzoeken nodig om aan te tonen dat het absoluut veilig is.

De woningbouwcorporatie heeft inmiddels zoveel asbestmetingen laten doen dat Talis voor vier eenvoudige asbestklussen kan aantonen dat er nauwelijks vezels vrij komen als slopers het willen verwijderen. Het gaat daarbij om asbesthoudende vensterbanken, borstweringspanelen, korte- en lange cementen ontluchtingsbuizen.

Besparing

De besparing voor alleen deze woningbouwcorporatie zou enorm zijn. In ruim elfduizend woningen zit nog asbest. Het kost naar schatting 8,1 miljoen euro om dat volgens de huidige regels weg te halen. De metingen tonen volgens Talis aan dat het ook anders kan: saneren in de laagste gevarenklasse. Dan kost het slechts 1,3 miljoen, een besparing van 6,7 miljoen euro. En dat is nog maar een berekening voor één woningbouwvereniging. Naar schatting zit er in heel Nederland in 1,7 miljoen huurhuizen nog asbest. ,,Je praat dan over een besparing van bijna één miljard euro. Gemeenschapsgeld,’’ zegt Leushuis.

Niet alleen opdrachtgevers zoals woningbouwvereniging Talis ergeren zich mateloos aan de soms buitensporige prijzen voor eenvoudige asbest-klusjes. Dat doen sommige asbestsaneerders zelf ook. Foppe de Haan van het bedrijf Foamshield is al jaren actief in de asbestbranches en bedacht een manier om slimmer, goedkoper en net zo veilig asbest op te ruimen. Niet voor alles, zegt hij er direct bij. Maar wel voor veel saneringsklussen, zoals nu in Amsterdam. De Haan moest daar asbestplaten in oude vriescellen aan gevels weg halen. Nu moet hij daarvoor een hermetisch afgesloten tent bouwen. Met zijn schuim is dat niet nodig omdat het spul de asbestvezels bindt ,,Daardoor kan saneren tweederde goedkoper dan nu,’’ zegt hij. Er is alleen één probleem; hij krijgt zijn werkmethode maar niet landelijk erkend, ondanks een berg aan metingen die zeggen dat het veilig is.

Pervers

Het huidige asbestsysteem is pervers, vindt directeur Leushuis van Talis. ,,Invloed op de regels hoe er gewerkt moet worden hebben vooral partijen die commercieel belang hebben bij strengere normen en regels.’’

En hij is niet de enige die er zo over denkt. Onafhankelijk asbest-expert Gerwin Lensink stoort zich al langer aan de macht van de asbestbranche. Volgens hem ging het mis toen de overheid in 2012 verstrekkende afspraken maakte met branchevereniging Ascert. ,,Daarin staat eigenlijk; beste asbestbranche, jullie mogen je eigen regels schrijven en wij overheid gaan ze handhaven.’’ Het heeft er volgens Lensink toe geleid dat er elk jaar regels bij kwamen en dat er nu een slordige drie miljard euro teveel wordt betaald voor opruimwerkzaamheden.

De weerstand tegen de asbestsaneerders groeit. Hoogleraar Besturen en Veiligheid Ira Helsloot begrijpt dat wel. In opdracht van Talis nam hij al in 2014 de asbestwereld onder de loep. Volgens hem houdt een groep asbestsaneerders en laboratoria iedereen voor de gek. ,,Het systeem is zo ingericht dat kleine risico’s ontzettend veel geld kosten.’’

Geen innovatie

Tekenend voor de situatie is het volgens Helsloot dat het in deze sector maar niet lukt slimme, nieuwe werkwijzen te introduceren. De regels en kosten lopen al jaren juist alleen maar op. ,,In 25 jaar is het vrijwel geen bedrijf gelukt om een innovatie op de markt te brengen waarmee goedkoper en net zo veilig gewerkt kan worden. Dat is in elke andere bedrijfstak onvoorstelbaar.’’

Het stelsel is hoognodig aan verandering toe. Maar de enige die dat zou kunnen veranderen is de politiek. Ondanks herhaalde gesprekken de afgelopen jaren is daar nog niets van terecht gekomen. Helsloot heeft daar wel een verklaring voor; het ligt te gevoelig. ,,Als een minister of staatssecretaris zegt dat ze het asbeststelsel wil aanpassen, dan staat er altijd wel een expert op die zegt dat je van één vezel dood kunt gaan. Daarom wil de politiek zich er niet aan branden. Ze hebben er ook geen belang bij; het kost de staat zelf geen geld.’’

Daarmee wil Helsloot de gevaren van asbestvezels niet bagatelliseren. ,,Het is dramatisch dat er asbest-slachtoffers zijn. Maar dat zijn mensen die dertig jaar in een asbestmist hebben gewerkt. Dat is totaal niet vergelijkbaar met de situatie nu.’’

 

bron: ad.nl